|
 De tempel van Athena Nike
Nike is de godin van de overwinning. Reeds in de 9e eeuw v.C. stond er op de Mykeense vestingmuur op de Akropolis een kleine, maar belangrijke tempel gewijd aan Nike. Toen de Athena-cultus aan belang won, moest ze haar taak delen met Athena en zo onstond Athena Nike of Nike Apteros, de Ongevleugelde Overwinning. Volgens een populaire verklaring wou men er op deze wijze voor zorgen dat de zege Athene niet zou kunnen verlaten. Er wordt dan wel over het hoofd gezien dat de oudste beelden van overwinningsgodinnen meestal geen vleugels hadden.
 Tempel van Athena Nike
In 448 v.C. gaf Pericles aan Callicrates de opdracht de Niketempel, die in 480 was verwoest door de Perzen, te herbouwen. De bouw is echter pas begonnen in 427, twee jaar na de dood van Pericles, omdat het werk aan het Parthenon en de Propyleeën tot vertraging leidde en Callicrates het niet eens was met Mnesicles, die op dezelfde plaats de zuidvleugel van de Propyleeën wilde bouwen. De huidige vorm is dus waarschijnlijk een compromis. In 424 was de tempel opgetrokken, maar de beeldhouwers werkten nog door tot ongeveer 410 v.C.
De tempel staat ten zuidwesten van de Propyleeën, rechts van de toegang. Deze kleine tempel uit Pentelisch marmer (5,44 m breed, 8,27 m diep, 6,90 m hoog) is de enige tempel op de Akropolis die volledig in Ionische stijl is gebouwd. Aan de voor- en achterkant staan telkens vier zuilen. De tempel bestaat uit slechts één kamer. De enige ingang is aan de oostkant, die uit twee rechthoekige kolommen en twee hoekpijlers bestaat. Er staan twee altaren en een houten van Athena Nike met een palmtak in de hand. Omdat een palmtak zelfs bij de grootste belasting niet breekt en tegen de druk in naar boven en nooit naar beneden buigt, was dat een symbool van overwinning. Zo was het in tijd van oorlog een gunstig voorteken als ergens plots een palm opgroeide.
Het prachtige, gebeeldhouwde fries, dat langs de vier zijden van het gebouw loopt, vertelt het verhaal van de oorlog tussen de Grieken en de Perzen bij Plataeae. De reliëfs beelden dus een historische gebeurtenis uit, wat zeer zeldzaam is in de Griekse beeldhouwkunst. Op het oostelijk fries is een samenkomst van de goden afgebeeld. Dit fries is zwaar beschadigd, maar Athena en Zeus zijn nog herkenbaar. Enkel aan de oostelijke en de zuidelijke muur hangen nog de originele panelen. De andere heeft Lord Elgin naar het British Museum overgebracht. Ze werden vervangen door afgietsels.  Fries van de tempel van Athena Nike
Alcibiades had na zijn overwinning op Sparta (411-407) een ballustrade laten bouwen rond de tempel. De ballustrade was versierd met bas-reliëfs, die Athena, omringd door Nike's, die trofeeën omhooghielden en offergaven bereidden, toonde.
Uit een inskriptie uit 566 v.C. blijkt dat sinds Pisistratus de Panatheneeën, de vierjaarlijkse feesten ter ere van de Atena, in 556 v.C. had ingevoerd, atleten hier offerden als ze in een wedstrijd hadden gezegevierd.
De Propyleeën
De Propyleeën waren de belangrijkste toegangsweg tot de Akropolis. Het gebouw werd ontworpen door Mnesikles in opdracht van Perikles. De bedoeling was een oudere, kleinere toegang, gebouwd onder leiding van Peisistratus in 530 v.C., te vervangen door een gebouw met dezelfde schoonheid als het Parthenon.
Het plan, dat bestond uit een hoofdgebouw, twee zijvleugels en twee zuilenhallen, omvatte de hele westkant van de Akropolis. Het was de bedoeling dat het geheel symmetrisch was, maar daarvoor zou een oude, heilige muur moeten worden afgebroken, wat op fel protest stoot van de conservatieve volkspriesters en van Kallikrates, die onder meer de tempel van Athena Nike en Lange Muren tussen Athene en Piraeus bouwde. Daardoor is de zuidelijke vleugel veel kleiner dan de noordvleugel.
Wegens het grote hoogteverschil tussen de Akropolis en de onderliggende vlakte was de constructie zeer moeilijk. In het gebouw werden Dorische en Ionische stijlkenmerken verenigd. De bouwwerken zijn begonnen in 437 v.C., maar men heeft het werk gestaakt in 432 v.C., vlak voor het uitbraken van de Peloponnesische oorlog. Het hoofdgebouw en de zijvleugels waren voltooid, maar van de zuilenhallen zijn enkel de kalkstenen funderingen gelegd. Ze zijn nooit afgewerkt.
Om het tempelterrein te bereiken, moesten bezoekers vijf ongewoon hoge treden bestijgen. Dit moest ze de pas doen inhouden en zo werden ze uit het wereldse leven losgemaakt voordat ze de heilige grond betraden.
Het hoofdgebouw is 13,12 meter breed en 25,04 meter lang. Het heeft zes Dorische zuilen vooraan en zes achteraan, elk bijna 10 meter hoog. De binnenkant is verdeeld in twee ruimtes door een muur met vijf deuren: door de middelste,de grootste, gingen de wagens en de offerdieren, de vier anderen werden gebruikt door voetgangers. De westelijke voorgalerij is de grootste. Twee rijen van drie Ionische zuilen, die het gevelvormige dak droegen, verdelen het in drie schepen. Het plafond was versierd met gouden sterren tegen een blauwe achtergrond. Het geheel is zo gebouwd dat het van ieder punt mogelijk is het Partheneon, het Erechtheion, en de andere monumenten op de Akropolis te zien. In de oostgalerij begon de Heilige Weg.
 De Propyleeën
De noordelijke zijvleugel was de Pinakotheek, 's werelds oudste schilderijenmuseum. Het bevatte ondermeer meesterwerken van de legendarische Polygnotos van Thasos die leefde in 450 v.C. Helaas is alles verloren gegaan. Pausanias (2e eeuw n.C.) beschrijft in zijn 'Perihegesis', een soort reisgids, de schilderijen: scènes uit de Trojaanse Oorlog, de geschiedenis van Orestes, een ontmoeting van Odysseus . Plinius geeft ons enkele details over de technieken van de kunstenaars: de schilderijen werden op hout geschildert en er werden slechts vier kleuren gebruikt (wit, geel, rood en zwart). Deze galerij was uitgerust met ligbedden waarop pelgrims konden uitrusten.
|